Cloud vs. on-premise applicaties: inzicht in je applicatielandschap
Ontdek het verschil tussen cloud- en on-premise applicaties, hoe je cloudadoptie in je portfolio in kaart brengt en waarom inzicht in je applicaties essentieel is voor modernisering.
Veel organisaties kunnen je vertellen hoeveel applicaties ze hebben. Veel minder kunnen een ogenschijnlijk simpele vraag beantwoorden:
Hoeveel van ons applicatieportfolio draait eigenlijk in de cloud?
Nu de digitale transformatie doorzet, is cloudadoptie een strategische prioriteit. Toch hebben veel enterprise architecten, portfoliomanagers en CIO’s moeite om te zien hoe cloud- en on-premise applicaties echt over hun softwarelandschap verdeeld zijn. Zonder dat inzicht worden beslissingen over modernisering, cloudmigratie, digitale soevereiniteit en investeringsprioriteiten een stuk lastiger.
Cloud vs. on-premise applicaties: wat is het verschil?
Voordat je een portfolio beoordeelt, helpt het om de twee modellen scherp te hebben:
| On-premise applicaties | Cloudapplicaties | |
|---|---|---|
| Gehost | In je eigen datacenter of infrastructuur | Door een externe aanbieder |
| Bereikbaar | Via je eigen netwerk | Via internet |
| Betaald via | Licenties plus je eigen infrastructuur | Meestal een abonnement |
| Beheerd door | Je eigen organisatie: infrastructuur, updates, back-ups en support | De leverancier: infrastructuur, updates, onderhoud en beveiliging |
| Voorbeelden | Maatwerkapplicaties, legacy-ERP, zelf gehoste databases, fileservers | Microsoft 365, Salesforce, ServiceNow, Workday, Atlassian Cloud |
Veel landschappen bevatten ook hybride applicaties: een on-premise kern met cloudcomponenten, of een clouddienst die nog afhangt van lokale systemen.
Waarom cloud vs. on-premise belangrijk is voor applicatieportfoliomanagement
Veel organisaties benaderen cloudmigratie als een technologietraject. In werkelijkheid is het net zo goed een vraagstuk voor applicatieportfoliomanagement. Wie de cloudvoetafdruk van het portfolio kent, kan vragen beantwoorden als:
- Welke applicaties zijn nog afhankelijk van lokale infrastructuur?
- Welke business capabilities leunen op legacysystemen?
- Welke applicaties zijn kandidaat voor modernisering?
- Waar liggen de kansen voor cloudmigratie?
- Hoe afhankelijk zijn we van specifieke cloudaanbieders?
Zonder helder overzicht worden die beslissingen genomen op basis van aannames in plaats van feiten.
Waarom veel organisaties het niet weten
De meeste organisaties houden een vorm van applicatie-inventaris, CMDB, assetregister of softwarecatalogus bij. Maar die data is vaak onvolledig, verouderd of inconsistent, en legt zelden vast hoe een applicatie geleverd wordt:
Daardoor kunnen veel organisaties cloudadoptie in hun applicatielandschap niet meten. Zoals we beschreven in CMDB vs. applicatieportfoliomanagement, vertelt een CMDB je wat er bestaat, niet hoe het geleverd wordt of waar het naartoe moet.
De verborgen risico’s van een groot on-premise portfolio
Een flink on-premise portfolio is niet per se een probleem. Maar het brengt risico’s mee die je moet kennen:
Cloudadoptie beoordelen in 5 stappen
Een beoordeling van cloudadoptie begint niet bij technologie. Ze begint bij inzicht:
- Stel een applicatie-inventaris op
- Deel deploymentmodellen in
- Groepeer applicaties op business capability
- Beoordeel de gereedheid voor modernisering
- Breng concentratierisico’s in kaart
Stap 1: Stel een applicatie-inventaris op
Maak een compleet overzicht van de applicaties die in de organisatie worden gebruikt: commerciële software, SaaS-applicaties, maatwerk, oplossingen per afdeling en, waar mogelijk, shadow IT. In de gids over dubbele applicaties lees je waar je ze vindt.
Stap 2: Deel deploymentmodellen in
Geef elke applicatie een van vier deploymentmodellen:
- Cloud
- On-premise
- Hybride
- Onbekend
Een deel volgt uit het product zelf: software die alleen als SaaS wordt aangeboden, draait per definitie in de cloud. Voor de rest weten de mensen die de applicatie beheren het best hoe het zit, en één applicatie kan meerdere installaties hebben, bijvoorbeeld een on-premise installatie naast een SaaS-abonnement.
Dat laat direct zien hoe je portfolio is samengesteld, en de omvang van de groep “onbekend” vertelt je hoeveel werk je data nog vraagt.
Stap 3: Groepeer applicaties op business capability
Bekijk welke business capabilities worden ondersteund door cloudapplicaties, on-premise applicaties of hybride oplossingen. Zo zie je waar modernisering waarschijnlijk de meeste impact heeft.
Stap 4: Beoordeel de gereedheid voor modernisering
Beoordeel elke applicatie op leeftijd, bedrijfskritiek, ondersteuning door de leverancier, technische complexiteit en geschiktheid voor de cloud. Niet elke applicatie hoeft naar de cloud: het doel is goed onderbouwde keuzes, niet cloud om de cloud.
Stap 5: Breng concentratierisico’s in kaart
Cloudadoptie begrijpen betekent ook cloudafhankelijkheid begrijpen. Hoeveel applicaties zijn afhankelijk van één cloudaanbieder? Welke business capabilities worden geraakt bij een cloudstoring? Waar ontstaan concentratierisico’s? Ons artikel over leveranciersafhankelijkheid beoordelen gaat hier dieper op in.
Voorbeeld: een cloudmomentopname per capability
Zo kunnen stap 2 en 3 eruitzien bij een fictieve middelgrote organisatie met 44 applicaties:
| Capability | Cloud | On-premise | Hybride | Onbekend |
|---|---|---|---|---|
| Samenwerking | 12 | 1 | 0 | 2 |
| Financiën | 3 | 4 | 1 | 0 |
| HR | 5 | 0 | 0 | 1 |
| Productie en logistiek | 1 | 9 | 2 | 3 |
Cloudadoptie en digitale soevereiniteit
Cloudadoptie hangt nauw samen met digitale soevereiniteit. Naarmate workloads naar cloudplatformen verhuizen, worden organisaties vaak afhankelijker van een klein aantal aanbieders. Steeds meer organisaties kijken daarom naar concentratie bij cloudaanbieders, geografische afhankelijkheden, lock-inrisico’s en soevereiniteitsoverwegingen.
Het doel is niet om clouddiensten te vermijden. Het doel is de gevolgen van strategische technologiekeuzes te begrijpen.
Inzicht in cloudgebruik is de basis voor die gesprekken.
Van cloudinventaris naar portfolio-intelligentie
Weten of een applicatie in de cloud of on-premise draait, is pas de eerste stap. De echte waarde ontstaat als je dat combineert met welke business capabilities een applicatie ondersteunt, welke leveranciers erbij betrokken zijn, welke applicaties verouderen, welke systemen kandidaat zijn voor modernisering en welke afhankelijkheden risico opleveren. Samen maken ze van een lijst applicaties een strategisch beeld van je landschap.
De belangrijkste inzichten
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen cloud- en on-premise applicaties?
Cloudapplicaties worden gehost en beheerd door een externe aanbieder en zijn via internet bereikbaar. On-premise applicaties draaien op en worden beheerd binnen de eigen infrastructuur van een organisatie.
Hoe ontdek ik hoeveel applicaties nog on-premise draaien?
Begin met een complete applicatie-inventaris en deel elke applicatie in als cloud, on-premise, hybride of onbekend. Groepeer het resultaat per business capability om te zien waar on-premise applicaties geconcentreerd zijn.
Waarom is inzicht in cloudgebruik belangrijk?
Inzicht in cloudgebruik helpt organisaties kansen voor modernisering, technologierisico’s, afhankelijkheden van leveranciers en de voortgang van hun digitale transformatie te begrijpen.
Moet elke applicatie naar de cloud?
Nee. Het doel is niet zoveel mogelijk cloud. Het doel is goed onderbouwde keuzes maken op basis van bedrijfswaarde, risico, kosten en strategische doelen.
Hoe ondersteunt cloudanalyse applicatieportfoliomanagement?
Cloudanalyse voegt aan elke applicatie context toe over het deploymentmodel, moderniseringskansen, afhankelijkheden en technologierisico, en maakt zo betere portfoliobeslissingen mogelijk.
Bekijk je portfolio met volledige context
Plan een live demo, dan verrijken we een deel van je eigen applicatiedata.
Demo aanvragen